Vragen? +297-524 3100 info@ipa.aw

Speciaal Onderwijs

Opleiding  Basis- en Voortgezet Speciaal Onderwijs

Door een tekort aan bevoegde leerkrachten voor het lesgeven aan leerlingen in het Basis Speciaal Onderwijs (B.S.O.) en de Aspirantenopleiding (V.S.O.) heeft Directie Onderwijs het IPA benaderd om een opleiding te verzorgen voor de leerkrachten van het B.S.O. en de Aspirantenopleiding.

Leerlingen binnen het Speciaal Onderwijs (B.S.O. en V.S.O) zijn het meest gemotiveerd tot leren indien de school in haar lesgevende taak aandacht heeft voor de basisbehoeften en de levenswerkelijkheid van de leerlingen. De school heeft hierbij aandacht voor hetgeen de leerlingen willen. Voor zorgleerlingen is dit heel belangrijk.

In het  Speciaal Onderwijs (S.O.) wordt dan ook gestreefd naar emancipatie, integratie en normalisatie. Het gaat om de vraag wat leerlingen moeten, wat behoren zij te kunnen en te kennen:

  • emancipatie: leerlingen aanspreken in hun eigenheid en eigen waarde en hen zoveel mogelijk zelfstandig doen functioneren vanuit de eigen mogelijkheden.
  • normalisatie: leerlingen zich zoveel mogelijk laten aanpassen aan de ‘normale’ levenssituatie, rekening houdend met hun specifieke mogelijkheden en beperkingen (functionele normalisatie).
  • integratie: leerlingen worden zoveel mogelijk geïntegreerd benaderd, waarbij rekening gehouden wordt met de specifieke noden en beperkingen, hetgeen differentiatie tot een ‘must’ maakt.

De opleiding gaat ervan uit dat de meeste studenten van de opleiding al over een scala aan vaardigheden ten aanzien van lesgeven beschikken (zittende leerkracht). Deze ervaring is in de opleiding altijd het uitgangspunt. De opleiding biedt zowel vakinhoudelijke als (ortho)pedagogisch-didactische verbreding en verdieping. Het is namelijk essentieel aandacht te besteden aan leerinhouden, maar vooral ook aan de veranderende rol van de leerkracht binnen de basisvorming. De leerprocessen en de vormgeving daarvan nemen een steeds belangrijkere plaats in.

De leerkracht moet niet alleen iets weten, maar hij/zij moet het ook nog op het goede moment en op de juiste wijze kunnen toepassen en hij/zij moet kritisch naar zijn/haar eigen functioneren kunnen kijken.

Opzet van de opleiding

IPA verzorgt één 2 ½ jarige middag opleiding Speciaal Onderwijs voor zittende leerkrachten van de BSO en Aspirant-opleiding (VSO). De opleidingen BSO en VSO zullen geïntegreerd worden in de SO-opleiding: het eerste jaar wordt een algemeen jaar; in het tweede jaar zullen de modulen gedifferentieerd worden.

Deze twee en een half jarige opleiding SO is gericht op de ontwikkeling van competenties die relevant zijn voor de leraar SO. De student leert binnen dit traject leer- en gedragsproblemen te signaleren, diagnosticeren en begeleiden volgens een handelingsplan. Het handelen is afgestemd op de kenmerken van de individuele leerling en op de onderwijssituatie.

Van de studenten wordt verwacht dat zij opdrachten uit kunnen voeren binnen een school voor SO. Er wordt systematisch vanuit een PersoonlijkOntwikkelPlan (POP) gewerkt. In het eerste en tweede jaar is er naast de vakinhouden ruimte voor intervisie. Ook bouwen studenten een portfolio op. Tijdens het afronden van de opleiding is er de mogelijkheid zich, door het uitvoeren van praktijkonderzoek, te verdiepen in een van de vakinhoudelijke onderdelen en deze zoveel mogelijk af te stemmen op de eigen werksituatie.

 

Doelstelling van de opleiding

De algemene doelstelling van de opleiding Speciaal Onderwijs is:

Professionalisering van leraren met betrekking tot de signalering, diagnostiek en hulpverlening bij leerlingen met leer- en gedragsproblemen.

Het competentieprofielvan de leraar Speciaal Onderwijs  

De eisen waaraan de leraren die de opleiding Speciaal Onderwijs moeten voldoen, worden tegenwoordig beschreven in de vorm van competenties. Natuurlijk moet een leraar over veel kennis en vaardigheden  beschikken om goed te kunnen functioneren: dat is zelfs een belangrijke voorwaarde. Maar of een leraar bekwaam is, komt pas tot uiting in het handelen, in de omgang met leerlingen, collega’s en ouders. Dat is de extra dimensie die competenties toevoegen: leraren moeten niet alleen iets weten, maar ze moeten het ook nog op het goede moment op de juiste wijze kunnen toepassen en ze moeten kritisch naar hun eigen functioneren kunnen kijken en daarin verbetering kunnen aanbrengen. De zittende leerkrachten worden tijdens de opleiding niet alleen getoetst op kennis en vaardigheden, maar ook beoordeeld op de ontwikkeling van hun competenties. Vooral op de werkplekken wordt de competentieontwikkeling het meest zichtbaar, maar ook op de opleiding wordt aan competentieontwikkeling gewerkt, doordat de zittende leerkrachten in kenmerkende situaties kennis, vaardigheden en attitudes geïntegreerd moeten toepassen.

 

Competenties

De opleiding SO van het I.P.A. werkt met 8 competenties. Hieronder wordt een overzicht van de acht competenties gegeven:

  1. Interpersoonlijk en intrapersoonlijk competent
  2. Orthopedagogisch competent
  3. Orthodidactisch competent
  4. Organisatorisch competent
  5. Competent in samenwerking met collega´s
  6. Competent in samenwerking met de omgeving van de school
  7. Competent in reflectie en ontwikkeling
  8. Competent in het doen van onderzoek in de eigen praktijk

 

Een compacte beschrijving van de acht competenties:

Ad.1 Interpersoonlijk competent in de omgang met leerlingen: de leraar maakt contact met de leerling(en) en communiceert met hen.

Intrapersoonlijk competent: de leerkracht is zich bewust van eigen gedachten en gevoelens en hoe deze zijn handelen richtinggeven

Ad. 2  Orthopedagogisch competent in de omgang met leerlingen: de leraar creëert als pedagoog een klimaat dat de leerlingen voldoende veiligheid én uitdaging biedt voor hun verdere ontwikkeling. 

Ad. 3 Orthodidactisch competent in de omgang met leerlingen:de leraar ontwerpt als didacticus een op de leerlingen/groep afgestemde krachtige leeromgeving.

Ad. 4 Organisatorisch competent in de omgang met leerlingen en andere direct betrokkenen: de leraar draagt zorg voor een ordelijke en taakgerichte leeromgeving; bovendien stemt hij de activiteiten van betrokkenen op elkaar af.

Ad. 5 Competent in samenwerking met collega´s: de leraar stemt zodanig af dat ook op schoolniveau alles goed op elkaar aansluit.

Ad. 6 Competent in samenwerking met de omgeving van de school: de leraar werkt, gezien zijn orthopedagogische en -didactische taak, ook samen met mensen en organisaties buiten de eigen schoolorganisatie (ouders; maatschappelijke organisaties, zoals bijvoorbeeld een schoolbegeleidingsdienst, welzijnsinstelling, jeugdhulpverlening) en stemt met hen af.

Ad. 7 Competent in reflectie en ontwikkeling: de leraar werkt voortdurend aan zijn professionele ontwikkeling: aan zijn deskundigheid, zijn persoonlijke kwaliteiten en zijn opvattingen.

Ad 8 Competent in het doen van onderzoek in de eigen praktijk:de leraar is in staat het onderwijs kwalitatief te analyseren op inhoud, opzet, organisatie en studeerbaarheid, waaronder zijn eigen onderwijs, en met behulp van een verantwoord gekozen onderzoeksmodel.

 

Werkplekleren en Portfolio

Naast het competentiegericht opleiden is kenmerkend voor de opleiding voor het Master SEN van het IPA het werkplekleren/“training” on the job en werken met portfolio’s.

Onder werkplekleren wordt verstaan een combinatie van werken en leren, zowel op de werkplek (de school) als in de opleiding. Het is de bedoeling dat de student al werkend en lerend voldoende kennis, vaardigheden en attituden verwerft op zowel vakinhoudelijk, als orthodidactisch, onderwijskundig en pedagogisch gebied en al werkend en lerend ervaart wat het betekent om in en buiten de school te moeten (samen)werken in een team met collega’s en te moeten overleggen met mensen en instellingen buiten de school. Anders gezegd, tijdens het werkplekleren ontdekt de student wat het beroep van Leerkracht Speciaal Onderwijs inhoudt en over welke competenties hij/zij moet beschikken om dit beroep straks op verantwoorde wijze te kunnen uitoefenen. Het leren vindt dus niet alleen plaats in de opleiding, maar ook op de werkplek. 

Al de ontwikkelingen gedurende de opleiding voor Speciaal Onderwijs worden door de student bijgehouden in een portfolio.

Een portfolio is een verzameling van producten en reflecties van de student en voorts van relevant documentatiemateriaal uit verschillende bronnen. De student kan deze verzameling gebruiken in het proces van de eigen ontwikkeling van de competenties. Portfolio’s worden gebruikt bij de start van de opleiding. De student legt een startportfolio aan waarbij hij/zij eerder verworven competenties en te verwerven competenties aangeeft. Een selectie uit het portfolio kan gebruikt worden als bewijsmateriaal van de beheersing van die competenties. Portfolio’s hebben ook een reflectiefunctie. De student reflecteert op het ontwikkelingsproces om zo nodig bij te kunnen sturen. Tot slot wordt de portfolio gebruikt voor de evaluatie én de beoordeling aan het eind van de opleiding. Ook bij deze beoordeling wordt nagegaan of de student het inhoudelijke niveau van de eindkwalificaties heeft bereikt.

 

Praktijk

Het vertrekpunt is bij de opleiding een oriëntatie op speciaal onderwijs. De vraag vanuit het veld om zoveel als mogelijk te trainen op de praktijkvloer/“training on the job” werd tevens als uitgangspunt genomen.

In de opleiding Speciaal Onderwijs versterken onderwijspraktijk en theorie elkaar. In het beroepsonderwijs is het kenmerkend dat er een grotere gerichtheid is op de beroepseigen competenties en meer aandacht voor zelfsturing door de student.

In deze benadering is het logisch dat de student als student medeverantwoordelijk is voor zijn/haar eigen leerproces. Hij/zij wordt geacht aangeleerde handelingsbekwaamheden - waar mogelijk - meteen toe te passen in de eigen onderwijssituatie als leraar. Dit constructieve en actieve proces wordt voor een groot deel door de student vormgegeven. Hij/zij zal bovendien voortdurend worden uitgedaagd om te reflecteren op uw eigen onderwijssituatie.

De meest gebruikte vorm van toetsing is de evaluatie van de praktijkopdracht. De praktijkopdracht kan bestaan uit diverse vormen, bijvoorbeeld: praktijkonderzoek, uitwerking van een casus, presentatie, zelf gemaakte geluids- of videoband etc.

Iedere praktijkopdracht kent een praktisch gedeelte en een theoretische verantwoording, aangevuld met een reflectieverslag op basis van de eindkwalificaties. Tijdens het uitvoeren van het praktijkondezoek zal de student uitgedaagd worden zelfstandig te werken en zijn eigen onderzoeksopdracht te formuleren en uit te voeren in de onderwijspraktijk. De student wordt hierin begeleid door een coach.

 

Intervisie

Ook de taakstelling van de docent is in de loop der jaren gewijzigd. De docent heeft nu een meer coachende rol. Per groep wordt een aantal uren voor het coachen door IPA docenten ingevuld.

Vanuit de eigen speci­fieke functie (praktijk) krijgt de student dan ook te maken met werkvormen als intervisie met medestudenten, supervisie van de studiecoach en het eventuele meelopen in elkaars onderwijspraktijk (peercoaching).

Voor een voldoende beoordeling van een onderwijseenheid of modulegeldt een aantal eisen:

  • het voldoende afronden van de praktijkopdracht of een andere vorm van toetsing,
  • de aanwezigheid bij bijeenkomsten zoals intervisiebijeenkomsten, modulebijeenkomsten, feedbackbijeenkomsten etc.

 

De evaluatie van de opleiding

Gedurende en na afloop van de opleiding vinden evaluaties plaats. Deze evaluaties richten zich op het proces en de uitkomsten van het POP gedurende de opleiding van de student. Aan het eind van iedere module wordt de module geëvalueerd m.b.v. verschillende evaluatievormen die door de docent in de desbetreffende modulebeschrijving wordt aangegeven.

 

Thema’s

De opleiding start met een korte introductie over de werkwijze en wederzijdse verwachtingen. Per module komt er vervolgens een bepaald thema aan bod. De thema’s zijn breed en kennen een opbouw van module 1 tot en met 8. De volgende thema’s zullen aangeboden worden:

1.    Adaptief onderwijs en (ortho)pedagogische grondhouding

2.    Verbeteren van het pedagogisch klimaat

3.    Achtergronden leerproblemen

4.    Klassenmanagement

5.    Onderzoek en onderwijs

6.    Rekenproblemen 

7.    Taal/leesproblemen

8.    Sociale vaardigheden

 

Studiebelasting

Deeltijdstudenten nemen gemiddeld per week deel aan één middag- of avondbijeenkomst van 3,5 à 4 uur. Daarnaast investeren zij eenzelfde hoeveelheid tijd aan zelfstudie. Verder moeten praktijkopdrachten en een praktijkonderzoek in de eigen werkomgeving worden uitgevoerd. De studiebelasting is gemiddeld 14 uur per week.

Na het behalen van het getuigschrift Master SEN kan je afhankelijk van de gekozen specialisatie lesgeven aan leerlingen in het Basis Speciaal Onderwijs (B.S.O.) of de Aspirantenopleiding (V.S.O.) 

De opleiding is bedoeld voor de zittende leerkrachten werkzaam in het S.O. die nog geen specifieke opleiding hebben gevolgd voor het lesgeven aan leerlingen met leer- en gedragsproblemen. De opleiding is een voortgezette opleiding voor leerkrachten die werken met leerlingen met specifieke behoeften in het Speciaal Onderwijs. Deze voortgezette opleiding is gericht op het realiseren van de specialistische competenties die de leerkrachten nodig hebben om leerlingen in een problematische pedagogische leerklimaat/opvoedingssituatie nieuw perspectief te kunnen bieden. De opleiding gaat ervan uit dat de leerkrachten over ruime lesgeefervaring beschikken en dat deze ervaring het uitgangspunt vormt.

De kosten van de opleiding bedragen voor het schooljaar 2014-2015 Afl.565,- per student. Dit bedrag kan per schooljaar verschillen. Verder moet je rekenen op kosten die gemaakt zullen worden voor aanschaf van boeken en materiaal voor het verzorgen van lessen en het maken van opdrachten.

Instituto Pedagogico Arubano INSPIRANDO FUTURO